afzakken
/ˈɑfsɑkə(n)/
Wat is de betekenis van afzakken?
afzakken betekent: (erga) naar beneden glijden
Betekenis
werkwoord
- (erga) naar beneden glijden
- (erga) sterke drank drinken
Voorbeelden van "afzakken" in een zin
- Die grote broek bleef maar afzakken.
- Voor werklozen, gedetineerden en sloebers zoals ik zijn er programma’s waar je broek van je reet afzakt.
- Na de film gingen we nog even afzakken in de stad.
Etymologie
*[2] terugvorming bij "afzakkertje" (2)
Vertalingen
Engelsslide down
Spaansdeslizarse
Italiaansscendere
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek