aggregaat

onzijdig (het)/ɑɣrə'ɣat/

Wat is de betekenis van aggregaat?

aggregaat betekent: (scheikunde) vereniging van niet-scheikundig verbonden stoffen tot een geheel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) vereniging van niet-scheikundig verbonden stoffen tot een geheel
  2. geologie (geologie) poreus geheel van samengekitte deeltjes
  3. bouwkunde (bouwkunde) toeslagstof bij de betonbereiding
  4. techniek, elektrotechniek (techniek), (elektrotechniek) samenstel van bij elkaar horende werktuigen, vooral een motor en een mobiele "generator" voor de opwekking van elektriciteit als er geen rechtstreekse aansluiting op het lichtnet voorhanden is
  5. onderwijs (onderwijs) universitaire studierichting die voorbereidt op de graad van geaggregeerde voor het secundair of hoger onderwijs buiten de universiteit
  6. onderwijs (onderwijs) academische onderwijsbevoegdheid voor het secundair en hoger onderwijs buiten de universiteit
  7. sociologie (sociologie) een aantal mensen die zich toevalligerwijs op hetzelfde moment op dezelfde plaats bevinden, maar die zichzelf niet als één groep zien en meestal ook geen onderlinge interactie hebben
  8. medisch (medisch) weefsel, gevormd door het samenklonteren van bijvoorbeeld witte bloedcellen

Voorbeelden van "aggregaat" in een zin

  • Een aggregaat van moleculen.
  • Een aggregaat is eigenlijk een grote dynamo.
  • Een aggregaat voor de camper of caravan.
  • Een sociaal aggregaat heeft geen gemeenschappelijk doel.

Etymologie

*afgeleid van aggregeren