aggregaat
onzijdig (het)/ɑɣrə'ɣat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) vereniging van niet-scheikundig verbonden stoffen tot een geheelEen aggregaat van moleculen.
- (geologie) poreus geheel van samengekitte deeltjes
- (bouwkunde) toeslagstof bij de betonbereiding
- (techniek), (elektrotechniek) samenstel van bij elkaar horende werktuigen, vooral een motor en een mobiele "generator" voor de opwekking van elektriciteit als er geen rechtstreekse aansluiting op het lichtnet voorhanden isEen aggregaat is eigenlijk een grote dynamo.Een aggregaat voor de camper of caravan.
- (onderwijs) universitaire studierichting die voorbereidt op de graad van geaggregeerde voor het secundair of hoger onderwijs buiten de universiteit
- (onderwijs) academische onderwijsbevoegdheid voor het secundair en hoger onderwijs buiten de universiteit
- (sociologie) een aantal mensen die zich toevalligerwijs op hetzelfde moment op dezelfde plaats bevinden, maar die zichzelf niet als één groep zien en meestal ook geen onderlinge interactie hebbenEen sociaal aggregaat heeft geen gemeenschappelijk doel.
- (medisch) weefsel, gevormd door het samenklonteren van bijvoorbeeld witte bloedcellen
Etymologie
*afgeleid van aggregeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek