agitprop
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈaɣɪtprɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- benaming voor cultuuruitingen bedoeld om wat mensen denken en doen in een bepaalde politieke richting te sturenStreetsisters blijkt niet meer dan eenduidige, eendimensionale agitprop te zijn met veel teveel overbodige scenes en zonder dilemma's, zonder boeiende plot, zonder visueel spektakel.De voornaamste werk-clubs zijn: agitprop (agitatie en propaganda), onderwijzer, redactiewerkzaamheden (voor de kinderkrant), knutselwerk, muziek, esperanto, correspondentie (artikelen voor kranten), enz.
Etymologie
*van "агитпро́п" (agitpróp), een kofferwoord dat oorspronkelijk de naam was van de afdeling van de Russische communistische partij voor agitatie en propaganda, in de betekenis "propaganda-activiteiten" aangetroffen vanaf 1931 (zie vindplaats hieronder) [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010465926:mpeg21:a0075 "De eerste organisatorische taak: besluit van het Organisatiebureau van E.K.K.I" in: De Tribune jrg. 19 nr. 63 (12 december 1925) Sociaal-Democratische Partij, Amsterdam]; p. 6 kol. 5; geraadpleegd 2019-11-17
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek