agogiek
vrouwelijk (de)/aɣo'ɣik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) leer van de minuscule veranderingen in de uitvoering (bijv. het tempo) ter wille van de voordracht
- de leer van het begeleiden, aansturen of beleidsmatig mogelijk maken van veranderingsprocessen bij mensen
Etymologie
*afgeleid van agoog
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek