agribusiness
mannelijk (de)/ˈaɣriˌbɪsnɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) (landbouw) de economische sector van de landbouw
Etymologie
*afgeleid van het Griekse 'agros' (veld, akker) of het Latijnse agricultura en business
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek