aids

mannelijk (de)/ets/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch, afkorting (medisch) (afkorting) een virusziekte waarbij het natuurlijke afweersysteem van het lichaam steeds verder afgebroken wordt
    De diagnose was dat hij aan aids leed.
    Buck over de toepasbaarheid van zogenaamd fosfaatgemethyleerd DNA in de strijd tegen aids blijken voorbarig te zijn geweest.
    Twee standaardwerken verdienen genoemd te worden: Surveiller et punir: naissance de la prison, verschenen in 1975 (Discipline, toezicht en straf: de geboorte van de gevangenis) en een driedelige studie die Michel Foucault vanwege zijn vroegtijdige dood ten gevolge van aids nooit heeft voltooid, Histoire de la sexualité, geschreven tussen 1976-1984 (Geschiedenis van de seksualiteit).

Etymologie

*De Engelse afkorting voor acquired immune deficiency syndrome .

Vertalingen

EngelsAIDS
FransSIDA, sida
DuitsAIDS
SpaansSIDA
ItaliaansAIDS
Chinees艾滋病
Japansエイズ
Koreaans후천성면역결핍증후군
Turksaids