airconditioning

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɛːrkɔnˌdɪʃənɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de regeling van de temperatuur en de vochtigheidsgraad van de lucht in een ruimte
    De airconditioning van het gebouw was goed ingesteld het klimaat is plezierig.
  2. het apparaat dat hier verantwoordelijk voor is
    Een airconditioning kan werken als koeling maar ook als verwarming van een ruimte.
    Zet de airconditioning maar even aan.

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Engelsair conditioning
Fransclimatisation
DuitsAirconditioning
Spaansclimatización, aire acondicionado, climatizador