aker

mannelijk (de)/'akər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koperen of ijzeren emmertje, dat men aan een touw neerlaat om water te putten
    Zonder aker kunnen we geen water uit de put halen.
  2. verouderd (verouderd) eikel, vrucht van de eik
    Akers zijn een belangrijk bestanddeel van de wintervoorraad van eekhoorns.
  3. een soort kwastje, bedoeld als kledingversiersel
    In de klederdracht van Marken zijn nog steeds akers te zien.

Etymologie

:Keltisch: : áirne «sleedoorn»

Vertalingen

Engelsbucket, acorn
Fransgland
DuitsWassereimer, Eichel
Spaansbellota
Italiaansghianda
Portugeesbolota
Russischжёлудь
Chinees橡子, 栓皮櫟
Japans団栗
Koreaans도토리
Arabischبلوط
Turkspalamut
Poolsżołądź
Zweedsekollon
Deensagern