aker
mannelijk (de)/'akər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- koperen of ijzeren emmertje, dat men aan een touw neerlaat om water te puttenZonder aker kunnen we geen water uit de put halen.
- (verouderd) eikel, vrucht van de eikAkers zijn een belangrijk bestanddeel van de wintervoorraad van eekhoorns.
- een soort kwastje, bedoeld als kledingversierselIn de klederdracht van Marken zijn nog steeds akers te zien.
Etymologie
:Keltisch: : áirne «sleedoorn»
Vertalingen
Engelsbucket, acorn
Fransgland
DuitsWassereimer, Eichel
Spaansbellota
Italiaansghianda
Portugeesbolota
Russischжёлудь
Chinees橡子, 栓皮櫟
Japans団栗
Koreaans도토리
Arabischبلوط
Turkspalamut
Poolsżołądź
Zweedsekollon
Deensagern
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek