alchemie
vrouwelijk (de)/ˌɑlxeˈmi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wetenschap) vroegere occulte wetenschap, waarin onder andere werd geprobeerd om de Steen der Wijzen te vinden en daarmee edelmetalen uit andere elementen te vormenHet hoofddoel van de alchemie was het ontdekken van de "lapis philosophorum".
- vreemde, bijzondere, wonderbaarlijke interacties tussen verschillende zaken en personenHet is een vreemde alchemie van wanen die zich voor je ogen afspeelt.
Etymologie
*in de betekenis van ‘goudmakerij, primitieve scheikunde’ aangetroffen vanaf 1556, via "alkemie" en middeleeuws Latijn "alkimia" van het (al-kīmiyā’) bestaande uit het lidwoord al en het aan het ontleende "χημεία" of "χυμεία" "kunst van het legeren van metalen"
Vertalingen
Engelsalchemy
Fransalchimie
DuitsAlchemie
Spaansalquimia
Italiaansalchimia
Portugeesalquimia
Russischалхимия
Turkssimya
Poolsalchemia
Zweedsalkemi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek