alert

vrouwelijk (de)/aˈlɛrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waarschuwingsbericht

Etymologie

'Wat een ernstige ogen,' zei ze tegen Teresa, terwijl ze haar penseel in de verf op haar palet doopte. 'Zo donker en alert boven dat kleine wipneusje van je.' Jij en Isaac zitten als een houtsnede in mijn geheugen gegrift.

Vertalingen

Engelsalert
Fransvigilant
Duitsalert
Spaansatento
Portugeesalerta