alk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑlᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) benaming voor zeevogels uit de familieEen verrassing was dat twee van de meest voorkomende alkjes nieuwe soorten waren.
- bepaald soort zeevogel die veel op de zeekoet lijkt, maar een dikkere snavel heeft,Hij bestudeert het gedrag van alken voor zijn studie.Leidse scholieren zagen via een internetverbinding hoe een alk wordt opgezet.
Etymologie
*van """ of "alke", in de betekenis van ‘steltloper’ voor het eerst aangetroffen in 1763
Vertalingen
Engelsrazorbill
Franspingouin, pingouin torda
DuitsTordalk
Spaansalca común
Italiaansgazzamarina
Portugeestorda-mergulheira
Poolsalka krzywonosa
Zweedstordmule
Deensalk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek