alleenspraak
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑ'lensprak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een tekst die door één persoon wordt uitgesprokenWij moeten de heilige dichter hier zien in deze moedeloze, verdrietige, doch tegelijk dwaze alleenspraak, staande buiten Gods heiligdom en tot zichzelf sprekende: Hoe is het mogelijk, die voorspoed van de goddelozen? Reformatorisch Dagblad 04-05-2010 [https://www.rd.nl/kerk-religie/meditatie/onbegrijpelijk-1.145206 Onbegrijpelijk]'Het boek kan nog het best omschreven worden als het sublieme gezeur van een groot stilist: Jeroen Brouwers verheft het gekanker van een bejaarde tot een litanie met een heel eigen muzikaliteit. 'Bittere bloemen' is een boek waarin met mededogen, maar ook meedogenloos, het verval van elke mens wordt geschetst. Een sardonische alleenspraak van de ouderdom is het resultaat. Het Parool 29 AUGUSTUS 2011 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/jeroen-brouwers-wint-literatuurprijs-van-de-vlaamse-provincies~a2874940/ Jeroen Brouwers wint Literatuurprijs van de Vlaamse provincies]
Vertalingen
Engelssoliloque, monologue
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek