alleensprekend
ɑˈlensprekənt
Wat is de betekenis van alleensprekend?
alleensprekend betekent: een rechter die in zijn eentje een uitspraak kan doen
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- een rechter die in zijn eentje een uitspraak kan doen
Voorbeelden van "alleensprekend" in een zin
- Een kantonrechter is een alleensprekende rechter.
- Een alleensprekende strafrechter kan alleen in kleinere zaken een uitspraak doen.
Etymologie
samenstelling van alleen en sprekend
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek