alles

/ˈɑləs/

Betekenis

voornaamwoord
  1. al het mogelijke, de gehele verzameling of hoeveelheid zonder uitzondering
    Hij had alles gedaan om zijn proefschrift op tijd af te hebben.
    Ik kon niet alles goed volgen, maar het monotone geluid van stemmen om mij heen voelde veilig en vertrouwd.
    Wanneer je dit alles bij elkaar optelde klonk het heel goed.

Etymologie

* genitief van al, misschien beïnvloed door het Duitse alles, in de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Uitdrukkingen

  • alles op één kaart zetten
  • van alles

Vertalingen

Engelseverything
Franstout, toute
Duitsalles
Spaanstodo
Russischвсё
Poolswszystko