alpaca
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑlˈpaka/
Wat is de betekenis van alpaca?
alpaca betekent: (evenhoevigen) bepaald soort zoogdier, uit Zuid-Amerika uit de familie van de kameelachtigen ()
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) bepaald soort zoogdier, uit Zuid-Amerika uit de familie van de kameelachtigen ()
- wol gemaakt van de vacht van een alpaca
zelfstandig naamwoord
- licht weefsel, gemaakt uit de wol van alpaca's
- (metallurgie) een zilverkleurige metaallegering met als voornaamste bestanddelen koper, nikkel en zink
Voorbeelden van "alpaca" in een zin
- In het Discovery Channel-programma Dirty Jobs werd er een uitzending gewijd aan de wol van de alpaca.
- Lama's, alpaca's en vicuña's grazen bij het water.
- Ik trok mijn blauwe alpaca jurk aan.
- De kledingwinkel verkoopt truien in alpaca.
- Modelspoorbanen bestaan vaak uit alpaca omdat dit metaal goed bestand is tegen roesten, wat de productie van vonken beperkt.
Etymologie
*(n) [2]: van de Duitse merknaam "Alpaka"; dit merk, met als logo een alpaca, commercialiseerde als een van de eerste de legering nikkelzilver
Vertalingen
Engelsalpaca, nickel silver
Fransalpaga, maillechort
DuitsAlpaka, neusilber
Spaansalpaca, alpaca, alpaca
Italiaansalpacca
Portugeesalpaca, alpaca
Russischнейзильбер
Poolsalpaka, nowe srebro
Zweedsalpacka, nysilver
Deensnysølv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek