Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
alpenleeuwenbek
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een doorgaans tweejarige plant uit de weegbreefamilie () die losse kussens vormt. Hij komt voornamelijk voor in de gebergtes van Zuid-Europa en Midden-Europa, tussen 1500 en 3000 m. De tweelippige bloemen zijn blauwviolet tot roodviolet gekleurd en staan in korte twee- tot achtbloemige trossen. Op de onderlip van de bloemen kan men een gele welving waarnemen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek