woorden
boek
Start
›
A
›
ambo
ambo
mannelijk (de)
/'ɑmbo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
verhoogd podium in een kerk
lezenaar waar een priester de schriftlezingen, de gebeden en de preek houdt
Etymologie
* uit het Grieks
Verwante woorden
ambo's
Ambon
Ambonees
Ambonezen
Ambonlaan
Ambonstraat
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← amblyopie
ambo's →