ambtskostuum
onzijdig (het)/'ɑmptskɔstym/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- werkkleding waarmee een persoon zich onderscheidt als functionaris; kleding die passend is voor een bepaalde functieToen zij zijn kamer binnentrad, zat hij in ambtskostuum aan de kleine tafel, blijkbaar gereed om te gaan.Voor de Tweede Wereldoorlog moesten Kamerleden op eigen kosten een ambtskostuum aanschaffen dat nu zo'n 30.000 euro zou kosten. Iedereen zag er toen dus hetzelfde uit. Vandaag gaat het over de blote armen met tattoos van SP-Kamerlid Kwint, en of dat wel past bij de functie.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek