ambulancier

mannelijk (de)/ˌɑmbylɑnˈsir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch, beroep (medisch) (beroep) iemand die als bestuurder van of begeleider in een ziekenauto werkt
    Een ambulancier van een privébedrijf voor ziekenvervoer heeft vrijdagavond zijn ziekenwagen achtergelaten in Latem in Oost-Vlaanderen terwijl achterin nog een patiënt lag.
  2. verouderd, militair (verouderd) (militair) iemand die gewonden op het slagveld helpt
    Een warme en genegen groet aan den jongen schrijver, die thans in het Belgisch leger dient als ambulancier!

Etymologie

*van "ambulancier"