ambulancier
mannelijk (de)/ˌɑmbylɑnˈsir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (beroep) iemand die als bestuurder van of begeleider in een ziekenauto werktEen ambulancier van een privébedrijf voor ziekenvervoer heeft vrijdagavond zijn ziekenwagen achtergelaten in Latem in Oost-Vlaanderen terwijl achterin nog een patiënt lag.
- (verouderd) (militair) iemand die gewonden op het slagveld helptEen warme en genegen groet aan den jongen schrijver, die thans in het Belgisch leger dient als ambulancier!
Etymologie
*van "ambulancier"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek