ammonshoorn

mannelijk (de)/ˈɑmɔnsˌhorᵊn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. buikpotigen (buikpotigen) bepaald soort algemeen voorkomende slak,
    Maar al snel wordt ons duidelijk dat Berts echtgenote een uitmuntend slakkenzoekster is, die weldra met de eerste leuke vondst komt aanlopen: een gewone haarslak. Dan volgen al snel het boerenknoopje en het ammonshoorntje.
  2. anatomie (anatomie) voorste deel van de hippocampus
    Vooral de omvang van de ammonshoorn en gyrus dentatis bleken te correleren met leeftijd.

Etymologie

*(eponiem), als leenvertaling van Latijn "Ammonis cornu", omdat de spiraalvorm van de schelpen doet denken aan de ramshoorns waarmee deze god in sommige tradities werd afgebeeld; geschreven met een kleine letter volgens