amok
onzijdig (het)/amɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- woede, razernij, de behoefte een groep mensen aan te vallen met het doel dezen te dodenHij behoorde niet tot de lastige gevallen, viel geen verplegers aan, besmeurde de muren van zijn kamer niet met uitwerpselen en maakte nooit amok.
Etymologie
*Afkomstig van het Maleisisch
Vertalingen
Engelsamuck
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek