Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

anakiet

mannelijk/vrouwelijk (de)/anaˈkit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. volk van reuzen dat bij de komst van de Israëlieten in Kanaän-2 woont, met name rondom Hebron-1 (9×: Deut. 1:28 +, Joz. 11:21 +)

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: afleiding van 'Anak/Enak'