analoog
/ˌɑnəˈloːx/
Wat is de betekenis van analoog?
analoog betekent: overeenkomend met
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- overeenkomend met
- tegenovergestelde van digitaal (geluidsopname, uurwerk), de representatie van een elektrisch signaal in een geluidsopname is dan continu en in overeenstemming met de fysieke grootheid (luchtdruk) die het geluid veroorzaakt
Voorbeelden van "analoog" in een zin
- De werking van dit medicijn is dus volledig analoog aan de werking van de duurdere variant.
- Het probleem van de ouderenhuisvestiging wordt gekoppeld aan het analoge probleem van jongeren, starters op de woningmarkt.
- De analoge apparaten worden vervangen door digitale.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overeenkomstig’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Engelsanalogous, analogue, analogal
Portugeesanálogo
Spaansanálogo, analógico
Duitsanalog
Fransanalogique
csanalogový
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek