anderhalf

/ˌɑndərˈhɑlᵊf/

Betekenis

telwoord
  1. breukgetal (breukgetal) met enkelvoud: één en een half, 1,5
    Anderhalve week is niet zo lang.
    Sommige stukken waren lastig, met steile hellingen waardoor het soms wel anderhalf uur duurde om een stuk van twintig meter over te steken.
    De zaak van de gekleurde straathoer die aan een kruis genageld gevonden was in de chique wijk Dikken, hield Van Veeteren en Münster anderhalve dag bezig.

Etymologie

*van Middelnederlands """, op te vatten als als telwoord aangetroffen vanaf 1272

Vertalingen

Duitseineinhalb
Spaansuno y medio
Italiaansuno e mezzo
Poolspółtora, półtorej