Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
angolablauwfazantje
onzijdig (het)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een kleurig vogeltje uit de familie van de prachtvinken (). Hij heeft een grijsbruin schedelkapje. De nek en bovenzijde zijn bruin, de vleugels zijn wat donkerder. De kin, borst, flanken en achterste gedeelte van de romp is blauw evenals de staart, waarvan de buitenste veren bruin kunnen zijn
Etymologie
*; (geoniem),
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek