Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
angolaleeuwerik
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een leeuwerik uit de familie (leeuweriken). De vogel komt voor in Angola, Congo-Kinshasa, Tanzania en Zambia. Het totale verspreidingsgebied bedraagt ongeveer 170.000 km². De natuurlijke leefomgeving van de Angolaleeuwerik bestaat uit subtropische of tropisch laaggelegen droge of enkel in bepaalde seizoenen natte graslanden. De soort telt drie ondersoorten
Etymologie
* (geoniem),
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek