ankertros

mannelijk (de)/'ɑŋkərtrɔs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) kabel waaraan een drijvend voorwerp geankerd is
    Perk boog de als een ankertros zo dikke haarband om haar hoofd maar de Enkhuizer knuttel was nog stroef.