annuleren

/ɑny'lerə/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets afgelasten
    U kunt deze overdracht niet meer annuleren.

Etymologie

*Van het Franse annuler, van het Latijnse 'ad nullus'

Vertalingen

Engelscancel, annul
Fransannuler
Duitsannullieren
Spaansanular, cancelar, contramandar
Italiaansannullare
Portugeesanular
Poolsunieważniać, anulować
Zweedsannulera
Deensanulere