antipathie
vrouwelijk (de)/ɑntipa'ti/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- negatieve gevoelens die men tegen iemand koestertHij had een antipathie tegen de lawaaierige kinderen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afkeer jegens iemand’ voor het eerst aangetroffen in 1604
Vertalingen
Spaansantipatía
Italiaansantipatia
Poolsantypatia
Deensantipati
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek