antipyrine

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑntipi'rinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) geneesmiddel met pijnstillende en antipyretische (koortsverlagende) werking

Etymologie

*afgeleid van het Griekse πυρετικός 'pyretikós' (koortsig) ( en )

Vertalingen

Spaansantipirina, fenazona