antithese

vrouwelijk (de)/ˌɑntiˈtezə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) het tegenovergestelde, iets met een tegengestelde betekenis
  2. filosofie (filosofie) de weerlegging van een these
  3. politiek (politiek) (in Nederland) de tegenstelling tussen christelijke en seculiere partijen

Etymologie

*afgeleid van these

Vertalingen

Engelsantithesis, contrast
Franscontraste, opposition
DuitsGegensatz, Kontrast
Spaanscontraste, contraposición, antítesis