antithese
vrouwelijk (de)/ˌɑntiˈtezə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) het tegenovergestelde, iets met een tegengestelde betekenis
- (filosofie) de weerlegging van een these
- (politiek) (in Nederland) de tegenstelling tussen christelijke en seculiere partijen
Etymologie
*afgeleid van these
Vertalingen
Engelsantithesis, contrast
Franscontraste, opposition
DuitsGegensatz, Kontrast
Spaanscontraste, contraposición, antítesis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek