apart

aˈpɑrt

Wat is de betekenis van apart?

apart betekent: op zichzelf, afzonderlijk van het andere, afgezonderd, gescheiden, afzonderlijk

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met artikelreferenties op zichzelf, afzonderlijk van het andere, afgezonderd, gescheiden, afzonderlijk
  2. woorden met artikelreferenties bijzonder, opmerkelijk, oorspronkelijk, origineel, exclusief, speciaal
  3. buitenissig, excentriek, vreemd, raar, gestoord

Voorbeelden van "apart" in een zin

  • Er is een apart WikiWoordenboek voor vele talen, maar zij zijn alle aan elkaar verbonden door interwikilinks.
  • Wat een apart jasje heb je aan!
  • Hij blijft een heel aparte man.

Etymologie

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afgescheiden’ voor het eerst aangetroffen in 1498

Vertalingen

Duitsseparat, besonders, eigenartig, eigen, bemerkenswert
Spaansseparado, aislado, distinto, original, aparte