apart
aˈpɑrt
Wat is de betekenis van apart?
apart betekent: op zichzelf, afzonderlijk van het andere, afgezonderd, gescheiden, afzonderlijk
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- op zichzelf, afzonderlijk van het andere, afgezonderd, gescheiden, afzonderlijk
- bijzonder, opmerkelijk, oorspronkelijk, origineel, exclusief, speciaal
- buitenissig, excentriek, vreemd, raar, gestoord
Voorbeelden van "apart" in een zin
- Er is een apart WikiWoordenboek voor vele talen, maar zij zijn alle aan elkaar verbonden door interwikilinks.
- Wat een apart jasje heb je aan!
- Hij blijft een heel aparte man.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afgescheiden’ voor het eerst aangetroffen in 1498
Vertalingen
Duitsseparat, besonders, eigenartig, eigen, bemerkenswert
Spaansseparado, aislado, distinto, original, aparte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek