apegapen

/ˈapəˌɣapə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) naar adem snakken, uitgeput zijn, bijna dood gaan
    "In de supersnelle afdaling van de voorlaatste klim reed ik een spaak uit mijn wiel, die knapte gewoon", zei Kelderman. "Ik moest in totaal twee keer van fiets wisselen en had last van mijn rug, dus ik lag al op apegapen voor de slotklim begon. Toen dacht ik al: dit gaat 'm niet meer worden."
    Je hebt me aanbevolen om me vooral te ontzien en warm binnenskamers te houden, en moet jij me nu zelf op apegapen zetten!

Etymologie

*, geschreven zonder tussen-n volgens , in de betekenis "naar adem snakken" aangetroffen vanaf 1844; waarschijnlijk beïnvloed door de oudere uitdrukking op/aan het gijpen liggen; "ape-" kan verwijzen naar de opengesperde bek die apen soms tonen, het kan ook om een versterkende reduplicatie gaan