aperitief

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een eetlust opwekkende alcoholische drank die voor de maaltijd genuttigd wordt
    Na het aperitief zullen we de maaltijd serveren.
    ' 'Een aperitief, voor de dames.' Met een zwierig gebaar schenkt de ober onze glazen in. 'Niet voor mij, hoor,' zegt Hannah met haar hand beschermend boven haar glas. En dan, verontschuldigend naar ons: 'Ik drink niet.' Ook Bibi blijkt niet te drinken.

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelsapéritif
Fransapéritif, apéro
DuitsAperitif
Spaansaperitivo
Zweedsaperitif