apocope
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) deletie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordeinde
Etymologie
* Leenwoord uit Latijn apocopē, ontleend aan Oudgrieks apokopḗ (ἀποκοπή), afgeleid van apokóptein ‘afhakken, -houwen’.
Vertalingen
Engelsapocope
Fransapocope
DuitsApokope
Spaansapócope
Italiaansapòcope
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek