appje

/ˈɛpjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. internet (internet) door middel van app verstuurd bericht
    Wat vertel ik mijn zoons? Vertel ik het überhaupt wel aan Stefan en Joran? Wat is wijsheid? Wat is liefdevol? De geluiden van de reizigers op de gang herinneren me aan een tweede appje van Nicolas.
    Het enige appje dat ik krijg is van mijn acteursclubje.

Etymologie

**[2] (verkorting), een verwijzing naar het programma