apsis
vrouwelijk (de)/ˈɑpsɪs/
Wat is de betekenis van apsis?
apsis betekent: halfronde uitbouw die het koor van een kerk afsluit
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- halfronde uitbouw die het koor van een kerk afsluit
Voorbeelden van "apsis" in een zin
- Ik kon het woord "apsis" echt niet terugvinden in het woordenboek, mevrouw.
Veelgestelde vragen over apsis
Wat is de betekenis van apsis?
apsis betekent: halfronde uitbouw die het koor van een kerk afsluit
Welk woordgeslacht heeft apsis?
apsis is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van apsis?
Synoniemen van apsis zijn: abside.
Hoe gebruik je apsis in een zin?
Voorbeeld: “Ik kon het woord "apsis" echt niet terugvinden in het woordenboek, mevrouw.”
Etymologie
*via Latijn """ van "ἁψίς" (hapsís) "boog, gewelf", in de betekenis van ‘halfronde uitbouw in kerken’ aangetroffen vanaf 1858
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek