arboretum
onzijdig (het)/ɑrbo'retʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wetenschappelijke) verzameling van aangeplante boomsoorten
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bomentuin’ voor het eerst aangetroffen in 1768
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek