arcering

vrouwelijk (de)/ɑr'serɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een combinatie van lijnen die zo verschillende dieptes, effecten en uitdrukkingen weergeven in een zwart-wit pen- of potloodtekening
    Voor het computertijdperk was aangebroken, betekende het maken van dergelijke demografische kaarten een heel werk. Prof. Hofstee, de eerste voorzitter van het NIDI, was daarom op het idee gekomen om van de gemeentelijke kaart van Nederland een grote legpuzzel te laten maken. Van elk stukje waren tien verschillende arceringen beschikbaar. Reformatorisch Dagblad Dr. C. S. L. Janse 13-08-2003 [https://www.rd.nl/boeken/demografische-ontwikkeling-in-kaart-gebracht-1.185232 Demografische ontwikkeling in kaart gebracht]
    Een eenvoudig portret, in lijn en een paar grote vlakken. Recht van voren, centraal in beeld, met ambtsketen. Door de kleuren wit, indigoblauw en een beetje rood krijgt het een zeker waardig karakter. De horizontale arcering achter maakt het hoofd los van de achtergrond. NRC Siegfried Woldhek 23 september 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/23/eberhard-van-der-laan-legt-werk-neer-13094979-a1574531 Eberhard van der Laan legt werk neer]

Etymologie

* afleiding van arceren

Vertalingen

Engelscross hatching, hachures, hatching