Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
archeïcum
onzijdig (het)/ɑrˈxejikʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) tijdperk waarin de aarde een vaste korst had gekregen en de eerste sporen van leven zijn te vinden, van 4 tot 2,5 miljard jaar geleden
- (geologie) gesteenten gevormd in het tijdperk waarin de aarde een vaste korst kreeg
Etymologie
:In veel afleidingen van αρχαιος (archaios) wordt de Griekse tweeklank αι (ai) gelatiniseerd tot ae in "archaeo-" en in het Nederlands wordt dit in de regel weer verkort tot e in "archeo-" als in "archeoloog". Omdat in "archaïcum" de i bewaard is, is dit echter hier niet aan de orde. Daarom is "archeïcum" een minder juiste (pleonastische) afleiding. De vermeldt alleen de vorm "archaïcum".
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek