Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
arctische parelmoervlinder
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vlinders) een dagvlinder uit de familie van de Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders. De voorvleugellengte bedraagt 16 tot 18 millimeter. De soort komt verspreid over het noorden van het palearctisch gebied en nearctisch gebied voor. In Europa is de verspreiding beperkt tot Lapland. De soort vliegt in juli en augustus. De vlinder vliegt op hoogtes van 100 tot 1400 meter boven zeeniveau
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek