area

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈareja/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) bepaald gebied binnen een orgaan
    Inmiddels weten we echter dat Broca's area ook in de hersenen van dieren te vinden is en hooguit groter is bij de mens.
  2. bouwkunde, religie (bouwkunde) (religie) open terrein bij synagoges en vroegchristelijke kerken
    De grafzerken van de hoogleraren die in voorgaande eeuwen in het koor van de kerk waren begraven (…) werden voorlopig op de area opgeslagen; de graven zelf werden geruimd.

Etymologie

* van Latijn "area"