aritmetica

vrouwelijk (de)/ˌarɪtˈmetiˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) leer van de basale rekenkundige operaties op getallen

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘rekenkunde’ voor het eerst aangetroffen in 1591