armgebaar

onzijdig (het)/ˈɑrᵊmɣəˌbar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een beweging of houding van de hand en de arm waarmee je een gesproken bewering probeert te verduidelijken of te versterken
    Met de kandidaten gebeurt er in die finaleweek iets geestigs, merkte Lips. Waar veel van hen zich tijdens de reguliere uitzendingen voorkomend presenteren - ze kunnen zich op een intelligente manier laten zien aan een groot publiek - waren de verwijtende armgebaren gisteren nauwelijks te turven. Het Parool H. Lips 25 januari 2018 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/de-slimste-mens-is-op-zijn-best-als-de-emoties-oplopen~a4561768/ De Slimste Mens is op zijn best als de emoties oplopen]
    Op de camping in natuurpark Urbasa is reserveren niet nodig. "Zet je tent neer waar je wilt", zegt de receptionist tegen mijn partner Mirjam en mij. Ze maakt een weids armgebaar naar een veld waar plaats is voor honderden caravans en tenten. Tubantia F. van Doorn 1 juni 2018 [https://www.tubantia.nl/lifestyle/baskenland-op-de-bonnefooi~a4e8eceb/ Baskenland op de bonnefooi]
    Maar ik ben ook boer geweest, gemeenteraadslid, schrijver enm' Nu loopt hij naar een wand waar een gordijn voor hangt. Met een groots armgebaar gooit hij het gordijn opzij.