artificialiteit
vrouwelijk (de)/ˌɑrtiˌfiʃaliˈtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eigenschap dat het bewust door iemand is gemaakt en spontaan of in de natuur niet kan voorkomenDe film begint met een schijnbaar gekunstelde opzet: Sander wordt door Ida’s vader en broer vrijwillig vastgehouden en met tussenpozen ondervraagd – zij verdween enkele maanden eerder. Je vergeet de artificialiteit van deze beginsituatie snel, want het blijkt ook de ideale manier om door Sanders herinneringen te grasduinen.Al redenerend biedt Svendsen veel lezenswaardigs over de modewereld en over de opvattingen van hele stoeten modecritici en -filosofen. Bijvoorbeeld over natuurlijkheid versus artificialiteit; wat als ‘natuurlijk’ wordt beschouwd, zo concludeert hij, is even veranderlijk als de mode.
Etymologie
* van "artificialité"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek