ashoop

mannelijk (de)/'ɑshop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een stapel onverbrande restanten van een brand
    Drie vrouwen zijn bezig met een boom, kleine kinderen spelen in de ashopen in de buurt. Dominee Airon wijst op de ravage en zegt: “Er is misschien nog voor een paar weken voorraad. Daarna weten we niet meer wat we moeten doen.” NRC Frank Vermeulen 27 november 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/11/27/bronnen-in-nieuw-guinea-drogen-op-7377417-a1241108 Bronnen in Nieuw Guinea drogen op]