asielhond

mannelijk (de)/ˈazilˌhɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hond die geen baasje heeft en (tijdelijk) in een dierenopvang leeft
    De Stichting KNGF Geleidehonden bestaat komend jaar tachtig jaar. De afgelopen acht decennia zijn duizenden honden opgeleid om blinde mensen te helpen. Vroeger waren het volwassen asielhonden, tegenwoordig worden puppy’s speciaal gefokt om geleidehond te worden. Reformatorisch Dagblad 19-12-2014 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/van-asielhond-naar-speciaal-gefokte-puppy-1.437810 Van asielhond naar speciaal gefokte puppy]
    Het besluit om een nieuw baasje te zoeken neemt ze met enorme pijn in haar hart, vertelt ze in haar woning. Haar hond, een asielhond uit het Spaanse Valencia, is haar alles. Haar trots. Haar kindje. Tubantia Mitchel Suijkerbuijk 01-03-18 [https://www.tubantia.nl/binnenland/ongeneeslijk-zieke-corina-wie-zorgt-er-voor-julia-als-ik-dood-ben~a0a45c68/ Ongeneeslijk zieke Corina: 'Wie zorgt er voor Julia als ik dood ben?']