asperge
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑsˈpɛrʒə/
Wat is de betekenis van asperge?
asperge betekent: (bloemplanten) een plant die in het wild vooral voorkomt in kuststreken en langs rivieren. De plant wordt vanwege de jonge scheuten geteeld als groente. Er zijn witte, groene en paarse asperges op de markt. De witte zijn onder de grond gegroeid en uit het licht gehouden, de groene en paarse asperges hebben wel zon gezien. In Noordwest-Europa zijn witte het meest gebruikelijk, in landen als Italië groene
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een plant die in het wild vooral voorkomt in kuststreken en langs rivieren. De plant wordt vanwege de jonge scheuten geteeld als groente. Er zijn witte, groene en paarse asperges op de markt. De witte zijn onder de grond gegroeid en uit het licht gehouden, de groene en paarse asperges hebben wel zon gezien. In Noordwest-Europa zijn witte het meest gebruikelijk, in landen als Italië groene
- (groente) de jonge scheuten van deze plant
Voorbeelden van "asperge" in een zin
- Asperges zijn een dure groente en wordt dan ook wel het witte goud genoemd.
- Met getuite lippen zoog ze aan een groene asperge; het geval verdween volledig in haar keel en verlustigd keek ze omhoog richting Badmuts, die blozend redderde met glazen en servet.
Etymologie
* van "asperge"
Vertalingen
Engelsasparagus
Fransasperge
DuitsSpargel
Spaansespárrago
Italiaansasparago
Poolsszparag
Zweedssparris
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek