assepoes

vrouwelijk (de)/ˈɑsəˌpus/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zielig meisje dat heel hard moet werken zonder daarvoor waardering te krijgen
    Ze wandelt niet meer aan mijn hand naar de kinderboerderij. En over vier maanden is ze weer iets volwassener. Terwijl het toch echt gisteren was dat we samen voor de 85ste keer in de maand naar Assepoesje, asssepoesje keken.

Etymologie

* afleiding van Assepoester (sprookjesfiguur)