assignaat
onzijdig (het)/ɑsɪˈɲat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- papiergeld door de Franse overheid uitgegeven tussen 1792 en 1797 waarbij de onteigende kerkelijke bezittingen dienden als onderpandIn België bijvoorbeeld, gaf de Banque d'Ostende et de Bruxelles op het einde van de Oostenrijkse periode biljetten uit die spoedig het vertrouwen verloren en kort daarna stortten de niet-gedekte assignaten van de Franse overheerser de bevolking in een rampzalig avontuur.
Etymologie
* uit het Frans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek